Inleiding
De Nederlande Hervormde kerk van Oldenzijl is gelegen op een kleine, deels nog omgrachte
wierde. De kerk dateert uit de eerste helft van de 13e eeuw, de overgangstijd tussen
romaans en romano-gotiek. Ze werd eertijds gewijd aan de H. Nicolaas, schutspatroon van
de zeevarenden. Het grondplan van de kerk is een eenbeukige zaalkerk. Op de westzijde staat
een dakruiter.
Het dorp Oldenzijl dankt zijn naam aan een sluis (= zijl), waarmee overtollig binnenwater
werd geloosd op de voormalige Fivelboezem.
U kunt over de Nicolaaskerk meer lezen in
"De Nicolaaskerk van Oldenzijl". Dit boekje is geschreven door
Teun Juk.
Klik
hier voor meer informatie.
Kerk
De Hervomde kerk van Oldenzijl werd al snel na het aanleggen van de dijk
gebouwd in de eerste helft van de dertiende eeuw. Het westelijke deel van
de kerk is van iets latere datum. De kerk is gewijd aan Sint Nicolaas.
De kerk is een goed voorbeeld van de overgang van romaans naar romano-gotiek.
Het grondplan van de kerk is dat van een eenbeukige zaalkerk met een
inspringende halfronde apsis. Het gebouw bestaat uit vier traveeën. De vensters
zijn nog rondbogig, maar de baksteen-architectuur is al weelderig. Deze bouwstijl
is verwant aan die van de kerken van Huizinge en Siddeburen.
Ooit stond er ten zuidwesten van de kerk een vrijstaande klokkentoren,
maar deze is in 1829 afgebroken. Volgens de gedenksteen in de kerk werd in 1683
op de westzijde een dakruiter geplaatst.
De kerk werd gerestaureerd in de jaren 1950-1952. Daarbij werd als uitgangspunt gehanteerd
de kerk zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen.
Koor
Opvallend aan de kerk is de halfronde romaanse apsis (koor)
uit de eerste helft van de dertiende eeuw. In de koortravee is zowel aan
de noord- als aan de zuidzijde een zogenaamd “vierpasvenster” in ronde
vorm te zien. Overigens is het zuidelijke siervenster een reconstructie,
die tijdens de restauratie in de periode 1950-’52 is gemaakt. De apsis
wordt verdeeld in een boven- en een benedenzone. De benedenzone bevat
een zestal rondboognissen, die elk aan de bovenzijde door een rondboogfries
worden afgesloten. De nissen worden van elkaar gescheiden door platte
lisenen. De bovenzone bevat drie vensters, afgewisseld door rondboognissen.
Onder het dak bevindt zich een doorlopend rondboogfries, waarvan de decoratiewijze
invloeden uit het Rijnland verraadt. Dit houdt waarschijnlijk verband
met de omringende kloostercultuur, want bekend is bijvoorbeeld dat er
bij de bouw van de abdijkerk van Wittewierum een Keulse bouwmeester betrokken
was. Ook de kerk van het verloren gegane klooster van het nabijgelegen
Rottum schijnt een vergelijkbare baksteendecoratie te hebben gehad. Aan
de binnenkant is het koorgedeelte van de kerk het rijkst versierd, wat
met name geldt voor de oostkant van de ruimte. Behalve van bakstenen is
er voor de versiering ook gebruik gemaakt van rode zandsteen en tufsteen.
Interieur
Alleen in de oostelijke travee zijn de meloenvormige koepelgewelven
bewaard gebleven. Tot de inventaris behoren een rijk versierde preekstoel
(1768) en een herenbank uit de achttiende eeuw. Het gesneden opzetstuk
ervan, dat de wapens van Clant-Alberda toont, is waarschijnlijk het werk
van Casper Struiwig (voor 1743). De overige banken dateren uit de tweede
helft van de zeventiende eeuw. Op de noordwand is een tekst geschilderd
die meedeelt dat de kerk in 1570 “gerepareerd” werd. Er liggen enkele
grafzerken in de vloer, waarvan de oudste uit 1608 stamt.
Onbekende steen
Grafsteen Merten Wijbes